Over de hele zomer gemeten steeg het strandbezoek met 18%. De grote vijf kregen 12% meer bezoekers, de kleinere stranden 25%. Het aandeel van de grote vijf zakte daarmee van 51 naar 48% van al het strandbezoek. Van elke honderd strandbezoekers gingen er deze zomer 23 naar een Zeeuws strand, vorig jaar waren dat er 20.
De groei per provincie, met per provincie het strand dat het hardst groeide:
-
Zeeland +36%, sterkste stijger Renesse
-
Noord-Holland +16%, sterkste stijger Petten
-
Zuid-Holland +12%, sterkste stijger Kijkduin
De drukte is goed te voorspellen
Het weer stuurt het strandbezoek vrijwel volledig aan. Elke graad warmer levert aan zee ongeveer 8% meer bezoekers op, en bij vergelijkbaar weer trokken de stranden deze zomer evenveel bezoekers als een jaar eerder. Van de groei van 18% blijft dus weinig over dat niet aan het weer toe te schrijven is: de zomer van 2026 was volgens het KNMI de warmste ooit gemeten en telde aan de kust 37 dagen met echt strandweer, tegen 21 in 2025.
Die relatie kent ook een bovengrens. Boven de 28 graden komen er geen bezoekers meer bij. De heetste dag van de zomer, vrijdag 26 juni met code rood en 34 graden aan de kust, kwam niet verder dan de negende plaats in de ranglijst van drukste stranddagen. De drukste dag was woensdag 12 augustus: 28 graden, droog, weinig wind, midden in de schoolvakanties. De nummers twee en drie, 29 juli en 13 augustus, bleven onder de 32 graden.
Daarmee is de piek dagen van tevoren redelijk in te schatten: temperatuur, neerslag, wind en schoolvakantie verklaren samen het grootste deel van de drukte op een stranddag.
Het publiek blijft hetzelfde
De extra drukte kwam niet van een nieuw publiek. Ruim zes op de tien strandgangers komen uit een straal van 40 kilometer rond het strand, net als vorig jaar. De Zuid-Hollandse en Noord-Hollandse stranden trekken voor 70% bezoek uit de eigen provincie, de Zeeuwse stranden trekken Zeeuwen, Brabanders en Zuid-Hollanders. Ook het buitenlandse bezoek bleef in verhouding gelijk: een op de vijf strandbezoekers komt van over de grens, in Zeeland vooral Belgen, aan de Zuid-Hollandse en Noord-Hollandse kust vooral Duitsers. Zelfs de warmste zomer ooit trok dus niet meer Duitsers en Belgen naar de Nederlandse kust dan gewoonlijk.
De verschuiving naar de kleinere stranden komt daarmee niet van nieuwe bezoekersgroepen, maar van dezelfde bezoekers die een ander strand kiezen.
Wat het betekent voor de kust
Op een topdag komt de groei terecht bij stranden die een kleinere parkeercapaciteit, minder strandwacht, minder afvalinzameling en smallere toegangswegen hebben dan de grote badplaatsen. Het gaat om een handvol dagen per zomer waarop dat verschil zichtbaar wordt, en juist die dagen zijn vooraf te herkennen.







